Onderzoek

E.A. Dik

De resultaten van de behandeling van kleine mondholtetumoren zijn de laatste 15 jaar niet veranderd. Analyse van de huidige behandelprotocollen is essentieel om vast te stellen waar verbeteringen kunnen worden bereikt. Het onderzoek van drs. E.A. Dik richt zich op de analyse van deze protocollen en het resultaat ervan. De uitkomsten moeten leiden tot een beter inzicht en uiteindelijk een verbetering van de zorg voor de hoofd-hals oncologische patiënt.

S.A.N. Lie

Veel mensen verliezen op oudere leeftijd hun eigen tanden en krijgen te maken met een gebitsprothese. Om dat gebit goed op zijn plaats te houden moet het soms verankerd worden in het kaakbot. Dat kaakbot is in veel gevallen echter zodanig geslonken dat er geen implantaatschroeven meer in bevestigd kunnen worden. Om dat toch mogelijk te maken proberen kaakchirurgen de botmassa te vergroten. Dat gebeurt doorgaans met stukjes bot uit de heup, maar dat heeft als nadeel dat er een extra operatie nodig is, inclusief het risico van infecties. Drs. Lie vergelijkt in haar onderzoek twee manieren om de holte in de bovenkaak op te vullen: enerzijds de traditionele manier, het opvullen met een mengsel van gemalen botweefsel uit de heup en een kunstmatige substantie, en anderzijds het liften van het kaakbotvlies met een oplosbaar membraan, waardoor er op natuurlijke wijze botweefsel wordt aangemaakt in de kaakholte. De veronderstelling is dat er door het optillen van het kaakbotvlies net zoveel bot aangroeit in de kaakholte als wanneer die holte wordt opgevuld met botweefsel dat elders wordt gehaald. Ook zou dit botweefsel van eenzelfde kwaliteit zijn. De implantaten die in dit bot worden geplaatst, zouden net zo goed en net zo lang functioneren als bij de conventionele techniek. Op deze manier kan een donoringreep (bot weghalen uit de heup) worden vermeden met alle voordelen voor de patiënt van dien.

D.C. Koper

Wanneer patienten door bijvoorbeeld een operatie aan de hersenen of door een ongeval een stuk van hun schedelbot verliezen, is het niet altijd mogelijk om het originele stuk bot terug te plaatsen. De huid komt dan (met het onderliggende vet- en spierweefsel) direct op de hersenvliezen te liggen. Dit geeft een mogelijk risico voor de onderliggende hersenen, als de patient onverhoopt zijn hoofd stoot, valt of weer een ongeval meemaakt. De afdeling MKA-chirurgie heeft een jarenlange ervaring met het herstellen van deze schedeldefecten met Patient Specifieke Implantaten. Het onderzoek van drs. D.C. Koper richt zich op de ontwikkeling van nieuwe (bio)materialen en 3D print technieken om botdefecten van de schedel te kunnen herstellen. Naast het herstel van het schedeldak wordt verwacht dat op termijn ook andere botdefecten van de schedel met deze nieuwe technieken te repareren zijn.

L.J. Poort

Bij de behandeling van hoofd-halstumoren wordt regelmatig bestraling toegepast met gunstig effecten op tumorcontrole en overleving. Helaas heeft bestraling ook effecten op omliggende gezonde weefsels. De mandibula is door de kwaliteit van het bot en de ligging extra gevoelig voor het ontwikkelen van een late complicatie van bestraling, namelijk osteoradionecrose. De behandeling van osteoradionecrose is moeizaam en leidt geregeld tot een operatie waarbij het aangedane stuk kaak volledig moet worden verwijderd en moet worden gereconstrueerd. Dit is een zeer ingrijpende operatie. Het onderzoek van drs. L.J.Poort richt zich op bestudering van de bestralingseffecten op de mandibula. Het doel is het ontstaan van osteoradionecrose bestuderen en de diagnostiek van osteoradionecrose met vernieuwde technieken beter uit te voeren.